Tag: stakingsrecht

  • “Minimale dienstverlening”. Maximale aanval op stakingsrecht

    De pleidooien voor een minimale dienstverlening in het geval van een spoorstaking gaan steeds meer in de richting van een maximale aanval op het stakingsrecht. Om een minimale dienstverlening bij de spoorwegen te organiseren, zou zowat 65% van het personeel moeten worden ingezet en dan nog zou er een veiligheidsrisico zijn. Met andere woorden: opkomen voor een minimum aan respect voor het personeel via een staking wordt zo goed als onmogelijk.

    De liberale partijen waren eensgezind met hun oproepen voor een minimale dienstverlening bij stakingsacties bij het spoor. Waar het vroeger enkel ging om spontane stakingen, volgde nu een oproep om bij gelijk welke staking tenminste de treinen te laten te rijden. Uiteraard werd die oproep gevolgd door alle patroonsorganisaties en ook door verschillende kranten zoals De Standaard. Het feit dat een wetsvoorstel tot een minimale dienstverlening in het geval van staking eerder werd afgeschoten door de Raad van State als een onwettige inbreuk op het stakingsrecht, wordt uiteraard van tafel geveegd.

    Het pleidooi voor een minimale dienstverlening is niet nieuw en wordt bij zowat iedere stakingsactie bovengehaald. In sommige sectoren is het nodig om het veiligheidsrisico op te vangen, in andere sectoren om de gezondheid van de patiënten niet in het gedrang te brengen, in het onderwijs om de kinderen op te vangen en bij het openbaar vervoer om in vervoer te voorzien. Met andere woorden: er mag gestaakt worden, maar niemand mag het merken. Enkel dan is het aanvaardbaar voor het patronaat en de liberale vrienden bij VLD, LDD, Vlaams Belang, delen van CD&V,…

    Dat ondermijnt uiteraard het stakingsrecht. Het kan overigens ook tot bizarre situaties leiden. In sommige gezondheidsinstellingen is er voor een minimale dienstverlening meer personeel nodig dan dat er nu werkt. Zal er bij een stakingsactie in het kader van de minimale dienstverlening dan worden overgegaan tot nieuwe aanwervingen?

    De retoriek om het stakingsrecht aan banden te leggen, komt terug bij de verschillende liberale formaties. VLD pleitte ervoor en ook Dedecker is het idee gunstig gezind. Er kwam wat tegenwind van minister Vervotte (CD&V), maar haar partijgenoot Schouppe pleitte eerder ook al voor een minimumdienstverlening (wat heeft die man ooit gedaan om door het leven te gaan met een ACW-etiket?). Vervotte stelde dat een minimale dienstverlening organiseren, zou betekenen dat ruim 65% van het personeel wordt opgeroepen waardoor er eigenlijk amper iemand kan staken. Met andere woorden: in de realiteit een afschaffing van het stakingsrecht.

    Volgens het editoriaal dat gisteren in De Standaard verscheen, vervult de spoormaatschappij “een vitale rol. Zonder haar raken een half miljoen mensen niet dagelijks waar ze moeten zijn.” En dan: “Als de spoorvakbonden vinden dat die rol niet zo vitaal is en lamgelegd kan worden voor een akkefietje, trekken ze zelf het karakter van de openbare dienst in twijfel, én de massale subsidiëring.”

    Hier gaat de krant uit de bocht. Is het een akkefietje om op te komen voor meer personeel en een beter loon? Dat zijn eisen die verbonden zijn aan de veiligheid van het openbaar vervoer. De afgelopen jaren was er een toename van de productiviteit met 32%. Het aantal personeelsleden bleef stabiel of daalde zelfs. De komende jaren wil de directie nogmaals 25% meer reizigers, zonder meer personeel. Gevolg: het personeel moet flexibeler worden ingezet met alle veiligheidsrisico’s van dien. Dat er bovendien met beperktere rust- en keertijden wordt gewerkt in de eindstations, zorgt ervoor dat het aantal vertragingen oploopt.

    De stiptheid en de veiligheid van de treinen zijn voor de gebruikers van het openbaar vervoer geen “akkefietje”. Het is ook geen “zaak van ethiek”. Het is een kwestie van een openbare dienst die gericht is op de dienstverlening en niet op het maken van winst. Als de directie dit niet in overweging wil nemen, zijn er acties nodig. Of moet her spoorpersoneel zomaar over zich heen laten lopen, en meteen ook onze veiligheid en de stiptheid van onze treinen in het gedrang laten komen door het wanbeleid van de directie?

    De Standaard voegde er nog aan toe: “Voor wat opslag zet je niet een half miljoen reizigers voor aap en breng je niet voor honderden miljoenen euro schade toe aan de economie.” Als de krant het heeft over een “ethische zaak”, spreekt het niet over de loonsopslag die de top van de NMBS zichzelf wou toekennen. 25.000 tot 30.000 euro extra voor topman Descheemaecker was geen probleem. Neen, het feit dat het spoorpersoneel geen genoegen neemt met 15 euro netto extra per maand, vindt de krant onaanvaardbaar. Nochtans speelt de koopkracht ook bij het spoorpersoneel heel wat parten: de stijgende kosten voor voedsel en energie (probeer maar eens zonder auto op je werk te raken als je ’s ochtends om 4u moet beginnen…) raken ook het spoorpersoneel. 15 euro extra per maand voorstellen, is lachen met het personeel.
    De argumenten om het stakingsrecht af te schaffen of drastisch te beperken, moeten worden weerlegd. De beste manier is door met de spoorbonden aan de reizigers duidelijk te maken dat onze belangen samenlopen en ervoor te zorgen dat de acties ondersteund worden door de reizigers. Deze staking gaat ook over veiligheid en stiptheid, wat bovendien ook versterkt wordt indien het personeel niet constant moet nadenken hoe het de maand zal rondkomen met het beperkte loon dat wordt betaald.

    Voor goedbetaalde politici of patronale slippendragers is het openbaar vervoer een abstracte discussie. We mogen discussies over het openbaar vervoer niet overlaten aan politici die zelf geen gebruik maken van het openbaar vervoer. Het personeel en de reizigers weten zelf het beste wat de knelpunten en problemen zijn. Een staking zal wellicht niet erg populair zijn bij veel reizigers. Maar om een degelijke invulling van de dienstverlening te kunnen garanderen, is het noodzakelijk dat niet met de voeten van het personeel wordt gespeeld. Door de houding van de directie is er soms geen andere uitweg dan een staking. De verantwoordelijkheid voor het ongemak dat dit veroorzaakt, ligt niet bij de stakers. Het ligt volledig bij diegenen die weigeren oog te hebben voor het personeel.

  • MIVB. Frontale aanval op stakingsrecht

    Begin april valt er een anonieme brief in de brievenbus van LSP. De
    enveloppe bevat een ontwerpakkoord tussen de directie van de MIVB en de secretarissen van 3 vakbonden (ACOD, CCOD, ACLVB). Het document is niet recent (17 december 2004), maar 3 zaken trekken de aandacht: het is een ontwerpakkoord over ”de conflictregeling”, half december waren de leden van de ACOD in sociaal conflict. De arbeiders bij de MIVB vernamen niets over dit geheimgehouden ontwerpakkoord. LSP ging evenwel over tot het bekendmaken van de inhoud ervan met een pamflet (De Planchette) en de publicatie van een kopie van het akkoord
    op onze website.

    Het stakingsrecht onder voogdij geplaatst

    Dit akkoord plaatst het stakingsrecht en de syndicale autonomie onder
    voogdij. Het akkoord voorziet in de oprichting van een paritair
    verzoeningsbureau dat tussenkomt bij iedere stakingsaanzegging. Indien deze procedure niet gevolgd wordt, kan de werkgever het aantal kredieturen voor de syndicale werking beperken. Nochtans kan op een sociaal bemiddelaar beroep gedaan worden bij een sociaal conflict. Bovendien is het schandalig dat een nieuw orgaan zou kunnen beslissen over de syndicale werking, terwijl dit bepaald wordt in de nationale CAO nr. 5 (“het voorzien van de vereiste tijd en faciliteiten voor de vakbondsafvaardiging”).

    Om een stakingsaanzegging te kunnen indienen, is een bijeenkomst van het verzoeningsbureau noodzakelijk. De aanzegging moet aangetekend gericht worden aan de werkgever, maar dus ook aan het verzoeningsbureau.

    Het ontwerpakkoord stelt dat zodra één van de bepalingen niet wordt nageleefd, de staking als “wild” moet worden beschouwd. Hierdoor zouden de stakers niet vergoed worden vanuit de vakbonden en zouden de
    vakbonden moeten overgaan tot het oproepen van hun leden om “het werk
    onmiddellijk weer op te nemen”. Hierdoor zouden de vakbonden dus niet langer autonoom kunnen beslissen over het al dan niet erkennen van een staking (de procedure die moet worden nageleefd, is immers gedetailleerd genoeg om heel wat stakingen uit te sluiten). Tegelijk wordt met zo’n akkoord opgelegd dat de delegees in de praktijk handlangers van de patroon zouden worden die overgaan tot het breken van stakingen.

    Sancties tegen de delegees en de arbeiders
    Het ontwerp voorziet in sancties voor de delegees (vermindering van
    syndicale kredieturen) indien de procedures niet worden gerespecteerd.
    Artikel 12 verdient het in z’n geheel geciteerd te worden: “Elke
    stakingsdag, al dan niet erkend, maakt geen voorwerp uit van een loonbetaling, onder voorbehoud van andere sancties die de werkgever zou kunnen treffen, gaande tot afdanking”.

    Op een moment dat de hele syndicale beweging protesteert tegen de aanvallen op het stakingsrecht (onder meer door de gerechtelijke tussenkomsten op basis van eenzijdige verzoekschriften) zien we nu bij de MIVB dat er vakbondssecretarissen betrokken zijn bij de voorbereiding van een ontwerpakkoord waarin sancties opgelegd worden aan stakers, zelfs indien de staking erkend is, waarbij zelfs tot afdanking kan worden overgegaan! Als zoiets wordt aanvaard, hoeft de directie niet eens naar de rechtbank te stappen om stakingen aan te pakken. Ze kan dit rechtstreeks op basis van het akkoord en de daarin voorziene sancties! Hoe zal een arbeider die ontslagen werd omdat hij staakte een arbeidsrechtbank kunnen overtuigen dat het een onterecht ontslag was, als er in het bedrijf een akkoord bestaat waarin expliciet sancties zijn voorzien, waaronder de mogelijkheid van ontslag?

    Tijd voor een grote kuis
    In het verleden hebben we al geschreven dat de secretarissen van de CCOD en het ACLVB tijdens de 6 stakingsdagen bij de MIVB tussen oktober en januari de strijd openlijk hebben verraden met hun verzet tegen de stakingsacties. We hebben ook geschreven dat de ACOD-secretaris wellicht graag hetzelfde had gedaan, maar de woede van zijn basis niet kon trotseren en er bijgevolg voor koos de beweging te laten rotten.

    Dit standpunt wordt nu bevestigd. In volle stakingsperiode bedisselen de stakingsbrekers in het geheim een akkoord om toekomstige acties te verhinderen… Dit zegt veel over de nauwe band van de vakbondssecretarissen met de directie van de MIVB. Er moeten nog een aantal vragen worden opgeworpen: hoe zit het met het salaris van de vakbondssecretarissen? Zitten ze in de Raad van Bestuur en met hoeveel? Deze vragen handelen uiteindelijk over vakbondsdemocratie.
    Dit akkoord gaat verder dan de situatie bij de MIVB. Als het akkoord wordt getekend, zal het een precedent vormen. De vakbondssecretarissen zullen wel discreet blijven over de zaken die ze hebben aanvaard bij onderhandelingen, maar heel wat advocatenbureau’s van de patroons zullen in dit soort akkoorden inspiratie opdoen om het ook elders toe te passen.

    Een krachtig antwoord is noodzakelijk. We mogen het stakingsrecht dat verworven werd door harde strijd, niet verkopen. Interpelleer de betrokken vakbondssecretarissen om hen ter verantwoording te roepen!