Tag: minimale dienstverlening

  • NMBS. Om afbraak van dienstverlening erdoor te krijgen, wordt protest ertegen betwist

    14541190005_e286ef28dd_z

    De regering en de directie van het spoor doen er alles aan om het stakingsrecht bij de NMBS aan banden te leggen. Kleine vakbonden mogen niet meer tot stakingen oproepen, er wordt over minimale dienstverlening gesproken, er zijn gerechtelijke vervolgingen van activisten, … De aanvallen stapelen elkaar op. Het doel is om protest door het personeel onmogelijk te maken waarna nieuwe asociale maatregelen tegen personeel en dienstverlening volgen.

    Op basis van een geschiedenis van strijd staan de vakbonden sterk bij het spoor. De rechtse regering wil er alles aan doen om daar een einde aan te maken. In naam van de ‘modernisering’ van de samenleving zijn alle middelen goed om protest te criminaliseren. Het is een strategie gericht op het ondermijnen van het verzet om nieuwe aanvallen op de arbeidsvoorwaarden en de dienstverlening voor te bereiden. De liberalisering van de volledige sector is het eerstvolgende doel.

    Minimale dienstverlening tegen het stakingsrecht

    Reeds bij de regeringsvorming werd een minimale dienstverlening bij stakingen vooropgesteld. Minister Bellot stelde dat de vakbonden en de directie tegen 31 december 2016 een akkoord moesten vinden. Zonder compromis, wat erg waarschijnlijk is, zal de regering het zelf opleggen. Er circuleren verschillende scenario’s. Het meest waarschijnlijke is een verlenging van de termijn voor een stakingsaanzegging van 10 naar 12 dagen waarbij elk personeelslid 72 uur op voorhand deelname aan de staking moet melden.

    Dit is een methode die de directies moet toelaten om individuele druk uit te oefenen op al wie wil staken. Op basis van het aantal voorziene werkwilligen, zou er vervolgens een plan van minimale dienstverlening (vooral op de grote lijnen) georganiseerd worden. De NMBS zou bovendien een regeling treffen met de Federale Overheidsdienst Publieke Gezondheid om wie ziek is op een stakingsdag te controleren. Er zouden zware sancties aan verbonden worden. Syndicalisten die in het kader van stakersposten het treinverkeer verstoren, zouden eveneens zware boetes krijgen.

    De praktische uitvoering van dit plan is veel complexer dan wat de regering laat uitschijnen. Een sterke deelname aan een staking op enkele sleutelfuncties leidt tot het volledig blokkeren van het verkeer. Een beperkt aantal treinen laten rijden, betekent vertragingen voor overvolle treinen, ongenoegen en onzekerheid bij de reizigers en ook nog eens veiligheidsproblemen. De minimale dienstverlening die vooropgesteld wordt door professionelen uit de communicatiesector is in de praktijk onhaalbaar.

    Maar we moeten de vastberadenheid van deze regering niet onderschatten. Als het doorvoeren van dit plan tot chaos leidt zonder dat er ernstig verzet tegen is, dan zal de regering ongetwijfeld proberen verder te gaan. Opeisingen van personeel staan momenteel niet op de agenda, maar we weten dat de rechtse regering steeds verder gaat indien ze niet door het georganiseerd verzet van de werkenden wordt gestopt. Van een aantal projecten van de directie is het op voorhand duidelijk dat ze zullen falen, maar dit mag geen excuus zijn om het verzet ertegen niet te organiseren. De directie en regering vrij spel geven, is erg gevaarlijk.

    Intimidatie van syndicalisten

    Het opleggen van een minimale dienstverlening bij stakingen is slechts één van de maatregelen tegen de organisatie van het personeel. Op 3 augustus werd een wet gestemd waardoor twee kleinere vakbonden – OVS (Onafhankelijke Vakbond van Spoorpersoneel) en ASTB (Autonoom Syndicaat van Treinbestuurders) – niet langer erkend worden als “aangenomen organisaties.” Hierdoor worden ze uitgesloten van bepaalde overlegorganen en kunnen ze niet langer een wettelijke stakingsaanzegging indienen. De regering en de door haar aangestelde directies willen als werkgever beslissen hoe de werknemers zich al dan niet mogen organiseren. Daarbij worden collectieve rechten, algemeen en expliciet erkend als mensenrechten, met de voeten getreden.

    De afgelopen jaren was er een geleidelijke opbouw van methoden en technieken om syndicalisten te intimideren. Zo worden er nu deurwaarders naar stakersposten gestuurd in naam van de veiligheid. Een actieve delegee wordt gerechtelijk vervolgd onder het mom dat hij een zwangere vrouw op een stakerspost zou aangevallen hebben. Een andere delegee wordt ervan beschuldigd dat hij de sporen zou gesaboteerd hebben. De leugens stapelen zich op en maken duidelijk dat de directies tot alles bereid zijn om de vakbonden te verzwakken.

    Het verzet tegen de criminalisering van ons recht op protest en organisatie moet zo goed mogelijk georganiseerd worden. Dat kan beginnen met een informatiecampagne naar de reizigers en het spoorpersoneel zodat de inzet beter begrepen wordt. We moeten vervolgens al onze krachten gebruiken voor een nieuw opbouwend actieplan van langere duur met duidelijke doelstellingen en een maximale betrokkenheid.

  • “Minimale dienstverlening”. Maximale aanval op stakingsrecht

    De pleidooien voor een minimale dienstverlening in het geval van een spoorstaking gaan steeds meer in de richting van een maximale aanval op het stakingsrecht. Om een minimale dienstverlening bij de spoorwegen te organiseren, zou zowat 65% van het personeel moeten worden ingezet en dan nog zou er een veiligheidsrisico zijn. Met andere woorden: opkomen voor een minimum aan respect voor het personeel via een staking wordt zo goed als onmogelijk.

    De liberale partijen waren eensgezind met hun oproepen voor een minimale dienstverlening bij stakingsacties bij het spoor. Waar het vroeger enkel ging om spontane stakingen, volgde nu een oproep om bij gelijk welke staking tenminste de treinen te laten te rijden. Uiteraard werd die oproep gevolgd door alle patroonsorganisaties en ook door verschillende kranten zoals De Standaard. Het feit dat een wetsvoorstel tot een minimale dienstverlening in het geval van staking eerder werd afgeschoten door de Raad van State als een onwettige inbreuk op het stakingsrecht, wordt uiteraard van tafel geveegd.

    Het pleidooi voor een minimale dienstverlening is niet nieuw en wordt bij zowat iedere stakingsactie bovengehaald. In sommige sectoren is het nodig om het veiligheidsrisico op te vangen, in andere sectoren om de gezondheid van de patiënten niet in het gedrang te brengen, in het onderwijs om de kinderen op te vangen en bij het openbaar vervoer om in vervoer te voorzien. Met andere woorden: er mag gestaakt worden, maar niemand mag het merken. Enkel dan is het aanvaardbaar voor het patronaat en de liberale vrienden bij VLD, LDD, Vlaams Belang, delen van CD&V,…

    Dat ondermijnt uiteraard het stakingsrecht. Het kan overigens ook tot bizarre situaties leiden. In sommige gezondheidsinstellingen is er voor een minimale dienstverlening meer personeel nodig dan dat er nu werkt. Zal er bij een stakingsactie in het kader van de minimale dienstverlening dan worden overgegaan tot nieuwe aanwervingen?

    De retoriek om het stakingsrecht aan banden te leggen, komt terug bij de verschillende liberale formaties. VLD pleitte ervoor en ook Dedecker is het idee gunstig gezind. Er kwam wat tegenwind van minister Vervotte (CD&V), maar haar partijgenoot Schouppe pleitte eerder ook al voor een minimumdienstverlening (wat heeft die man ooit gedaan om door het leven te gaan met een ACW-etiket?). Vervotte stelde dat een minimale dienstverlening organiseren, zou betekenen dat ruim 65% van het personeel wordt opgeroepen waardoor er eigenlijk amper iemand kan staken. Met andere woorden: in de realiteit een afschaffing van het stakingsrecht.

    Volgens het editoriaal dat gisteren in De Standaard verscheen, vervult de spoormaatschappij “een vitale rol. Zonder haar raken een half miljoen mensen niet dagelijks waar ze moeten zijn.” En dan: “Als de spoorvakbonden vinden dat die rol niet zo vitaal is en lamgelegd kan worden voor een akkefietje, trekken ze zelf het karakter van de openbare dienst in twijfel, én de massale subsidiëring.”

    Hier gaat de krant uit de bocht. Is het een akkefietje om op te komen voor meer personeel en een beter loon? Dat zijn eisen die verbonden zijn aan de veiligheid van het openbaar vervoer. De afgelopen jaren was er een toename van de productiviteit met 32%. Het aantal personeelsleden bleef stabiel of daalde zelfs. De komende jaren wil de directie nogmaals 25% meer reizigers, zonder meer personeel. Gevolg: het personeel moet flexibeler worden ingezet met alle veiligheidsrisico’s van dien. Dat er bovendien met beperktere rust- en keertijden wordt gewerkt in de eindstations, zorgt ervoor dat het aantal vertragingen oploopt.

    De stiptheid en de veiligheid van de treinen zijn voor de gebruikers van het openbaar vervoer geen “akkefietje”. Het is ook geen “zaak van ethiek”. Het is een kwestie van een openbare dienst die gericht is op de dienstverlening en niet op het maken van winst. Als de directie dit niet in overweging wil nemen, zijn er acties nodig. Of moet her spoorpersoneel zomaar over zich heen laten lopen, en meteen ook onze veiligheid en de stiptheid van onze treinen in het gedrang laten komen door het wanbeleid van de directie?

    De Standaard voegde er nog aan toe: “Voor wat opslag zet je niet een half miljoen reizigers voor aap en breng je niet voor honderden miljoenen euro schade toe aan de economie.” Als de krant het heeft over een “ethische zaak”, spreekt het niet over de loonsopslag die de top van de NMBS zichzelf wou toekennen. 25.000 tot 30.000 euro extra voor topman Descheemaecker was geen probleem. Neen, het feit dat het spoorpersoneel geen genoegen neemt met 15 euro netto extra per maand, vindt de krant onaanvaardbaar. Nochtans speelt de koopkracht ook bij het spoorpersoneel heel wat parten: de stijgende kosten voor voedsel en energie (probeer maar eens zonder auto op je werk te raken als je ’s ochtends om 4u moet beginnen…) raken ook het spoorpersoneel. 15 euro extra per maand voorstellen, is lachen met het personeel.
    De argumenten om het stakingsrecht af te schaffen of drastisch te beperken, moeten worden weerlegd. De beste manier is door met de spoorbonden aan de reizigers duidelijk te maken dat onze belangen samenlopen en ervoor te zorgen dat de acties ondersteund worden door de reizigers. Deze staking gaat ook over veiligheid en stiptheid, wat bovendien ook versterkt wordt indien het personeel niet constant moet nadenken hoe het de maand zal rondkomen met het beperkte loon dat wordt betaald.

    Voor goedbetaalde politici of patronale slippendragers is het openbaar vervoer een abstracte discussie. We mogen discussies over het openbaar vervoer niet overlaten aan politici die zelf geen gebruik maken van het openbaar vervoer. Het personeel en de reizigers weten zelf het beste wat de knelpunten en problemen zijn. Een staking zal wellicht niet erg populair zijn bij veel reizigers. Maar om een degelijke invulling van de dienstverlening te kunnen garanderen, is het noodzakelijk dat niet met de voeten van het personeel wordt gespeeld. Door de houding van de directie is er soms geen andere uitweg dan een staking. De verantwoordelijkheid voor het ongemak dat dit veroorzaakt, ligt niet bij de stakers. Het ligt volledig bij diegenen die weigeren oog te hebben voor het personeel.