Tag: astb

  • Verdedig het recht op verzet tegen het rechtse beleid: handen af van het stakingsrecht!

    Mensenrechten erkennen geldt blijkbaar niet wat het stakingsrecht betreft

    De rechtse regering wil dat nieuwkomers een verklaring ondertekenen waarin ze de mensenrechten erkennen. Alvorens dit van anderen te vragen, zouden de rechtse partijen beter beginnen met het zelf te doen. Het stakingsrecht is immers een algemeen erkend mensenrecht. Zonder het recht op collectieve actie komen we al gauw in dictatoriale toestanden terecht. Maar toch wil de rechtse regering net dit recht op verzet tegen haar beleid drastisch afbouwen.

    Standpunt door Geert Cool, auteur van ‘Verdedig het stakingsrecht’

    De regering wil dat de kleine spoorbonden ASTB en OVS niet langer stakingsaanzeggingen kunnen indienen. Dit komt niet toevallig net na de aankondiging dat de pensioenleeftijd van onder meer de treinbestuurders wordt verhoogd, een beroepscategorie waar ASTB de voorbije jaren een positie heeft uitgebouwd. Eerst wordt een aanval op het personeel ingezet en vervolgens wordt aangekondigd dat protest daartegen aan banden wordt gelegd. Uiteraard is dit slechts een opstap om alle protest in de kiem te smoren: het begint met kleinere vakbonden en als dat lukt, volgen de andere.

    Ten onrechte menen de regering en de directie dat het stakingsrecht beperkt is tot wat de door hen erkende vakbondsleiders goedkeuren. Het recht om een vakbond op te richten en daarmee zijn belangen te beschermen, is door artikel 11 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens toegekend aan iedereen. Het Europees Sociaal Handvest erkent het recht van werknemers om collectief op te treden. Het beperken van een recht erkend door het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens is aan strikte voorwaarden onderworpen, voorwaarden waar het regeringsvoorstel en de bijhorende sancties niet aan voldoen.

    Als het beperken van deze rechten dan nog eens gebeurt door de werkgever zelf (de regering), dan begeven we ons helemaal op glad ijs. Bij een collectief conflict tussen werkgever en werknemers is het dan de werkgever die bepaalt hoe de werknemers zich in dit collectief conflict moeten gedragen. Wordt protest straks beperkt tot online petities of vormen van ‘embedded’ protest binnen het gevoerde beleid? Het doet denken aan de Turkse dictator Erdogan die zelf wil bepalen welke vorm van oppositie tegen zijn beleid kan (met name een volgzame oppositie) terwijl andere vormen van oppositie meteen hardhandig en repressief de kop ingedrukt worden.

    De regering stelt dat OVS en ASTB wel hun status van vakbond behouden, maar dat ze geen stakingsaanzegging mogen indienen waardoor acties van hun leden steeds “wilde en illegale” stakingen zijn. Die kunnen bestraft worden met boetes en soms zelfs ontslag. Dit botst niet alleen met de Europese grondregels, het gaat ook regelrecht in tegen de heersende Belgische rechtspraak die door strijd afgedwongen is. Naar aanleiding van een staking in de Antwerpse petroleumsector in 1976 stelde het Hof van Cassatie dat een staking op zich geen onrechtmatige daad kan zijn. Hoe kan dat kan gerijmd worden met sancties en ontslagen wegens collectieve acties?

    Natuurlijk raakt de regering hiermee aan de syndicale vrijheid. Het doel is om protest van het personeel aan banden te leggen, net zoals dit voor het afdwingen van het stakingsrecht in de 20e eeuw het geval was. Dit belangt niet alleen de militanten van ASTB en OVS aan, het treft alle syndicalisten.

    Bij de NMBS is er niet alleen het optrekken van de pensioenleeftijd voor rijdend personeel, binnenkort wordt ook opnieuw gediscussieerd over ‘minimale dienstverlening.’ Het personeel en de reizigers hebben belang bij discussies over maximale dienstverlening, maar actiemiddelen om dat af te dwingen worden aan banden gelegd. Daar gaat het immers echt over bij het voorstel van ‘minimale dienstverlening’ bij stakingsacties. Om deze aanval mee mogelijk te maken, kondigen regering en directie ook aan dat het aantal vakbondsafgevaardigden drastisch naar beneden moet. Nu zijn er 1.600 afgevaardigden voor 34.000 personeelsleden op 2.700 werkplekken. De regering wil dat de vakbonden zelf voorstellen doen om hun aantal afgevaardigden te beperken en hun stakingsrecht af te bouwen, zoniet neemt ze zelf maatregelen.

    De voorstellen van de regering hebben niets met ‘moderne vakbonden’ te maken, ze brengen ons integendeel terug naar de 19de eeuw. Het is aan de werknemers om te beslissen welke vakbondsstructuren ze aannemen, daar moet de werkgever zich niet mee moeien. Of geldt artikel 11 van het Europees Verdrag van de Rechten van de Mensen niet langer in België? Het behouden van ons recht op collectieve actie, met inbegrip van het stakingsrecht, kunnen we het best door gebruik te maken van dit recht en het door mobilisatie van onderuit door de hele arbeidersbeweging in de praktijk steeds opnieuw af te dwingen.

    Vaststellen dat de regering en de directie hypocriet zijn, is terecht maar volstaat niet. De strijd tegen de aanvallen moet georganiseerd worden, zoniet zullen die aanvallen steeds harder worden en gaan niet alleen onze syndicale rechten terug naar de 19de eeuw maar ook onze arbeidsvoorwaarden. Waarop wachten de vakbondsleiders bij het spoor om over de verschillende vakbonden heen de basis te laten beslissen over een opbouwend actieplan gekoppeld aan een duidelijk eisenplatform waarbij elke volgende stap in de acties en elk voorstel in onderhandelingen ter stemming wordt voorgelegd aan die basis?

  • Treinbestuurders in actie

    treinbestuurderHet Autonoom Syndicaat voor Treinbestuurders (ASTB) voerde eind mei een stakingsactie die opgevolgd werd door een groeiend aantal treinbestuurders, ook in depots waar ASTB voorheen niet aanwezig was. De staking van ASTB werd net zoals bij elke andere spooractie door de regering en de gevestigde media aangegrepen om te pleiten voor minimale dienstverlening. Jammer genoeg kwam er geen weerwoord van de grote vakbonden, terwijl elke beperking van het stakingsrecht het volledige personeel zou treffen.

    De eisen van ASTB spelen in op terecht ongenoegen, zelfs indien de bond de wrevel ten onrechte beperkt tot de beroepsgroep van de treinbestuurders. Ook treinbegeleiders, seingevers en andere spoormannen en -vrouwen kennen ondraaglijke werkritmes en worden niet naar waarde geschat.

    Bij de voorbereiding en organisatie van een liberalisering is het opdelen en tegen elkaar opzetten van personeel een alomgekende strategie. De verschillende statuten en contracten voor goederenmachinisten zijn daar vandaag een voorbeeld van. We mogen ons daar niet aan laten vangen. Het ongenoegen verenigen met respect voor elkaars eigenheid en beroepstrots en koppelen aan offensieve acties, is wat het personeel zal versterken in de confrontatie met een directie die op ramkoers gaat tegen personeel en dienstverlening.

  • Actie ASTB. “Desnoods treinbestuurders onder gunpoint verplichten om te rijden”?

    Meer middelen voor personeel en veilige werkomstandigheden nodig!

    De onafhankelijke vakbond van treinbestuurders ASTB (Autonoom Syndicaat van Treinbestuurders) voerde dinsdag een stakingsactie. Aanleiding was de toenemende werkdruk voor treinbestuurders. De nieuwe dienstregeling vanaf december versterkt dit nog. Zo wordt de tijd om van bestuurspost te veranderen soms beperkt tot het absolute minimum. De vakbond klaagde ook over schorsingen van treinbestuurders op basis van een onderzoek door een externe dienst voor preventie en bescherming op het werk, Corporate Prevention Services (CPS), dat treinbestuurders zou schorsen indien die eerlijk antwoorden op vragen over slaapproblemen.

    De stakingsactie van 5 november zorgde voor heel wat hinder voor het treinverkeer. Het leidde tot een aantal publieke discussies, onder meer in de media, waarbij soms bijzonder hard werd gefulmineerd tegen de stakende treinbestuurders. Zo ging Hautekiet op Radio 1 ervan uit dat het verzet van ASTB egoïstisch was en zelfs tegen de veiligheid inging wegens het verzet tegen het onderzoek onder treinbestuurders. Er was geen duiding bij de stakingsactie, deze werd enkel afgedaan als onnodigjh. Dat het eigenlijk meer algemeen om de veiligheid op het werk en dus ook voor de reizigers ging, leek een detail dat te onbenullig was om te vermelden door de media.

    Het is dan ook niet verwonderlijk dat de luisteraars zich volledig laten gaan in hun afkeer tegenover de acties. Zo schreef iemand op de webpagina van Hautekiet dat treinbestuurders “desnoods onder gun-point in hun stuurpost moeten verplicht worden om te rijden”; of nog dat de markt moet opengegooid worden om Oost-Europeanen te laten rijden aangezien die “hun inzet en werkkracht al bewezen in onder meer de binnenvaart.”

    De andere vakbonden reageerden koeltjes op de actie, wat het media-offensief ertegen extra ruimte gaf. Jean-Pierre Goossens, secretaris van ACOD-Spoor noemde de actie ‘frappant’. ACV-topman Piens had het over een ‘onbegrijpelijke’ actie. Hebben ze geen lessen geleerd uit de tijd dat LOCO, de onafhankelijke vakbond van treinbestuurders, een opmars kende? Toen trokken tal van treinbestuurders weg om een eigen vakbond op te zetten en bestond het enige antwoord uit het verketteren van die bestuurders. Het veroordelen van de staking van ASTB, terwijl die zich baseerde op terechte bekommernissen onder de treinbestuurders, dreigt een aantal militanten onder de treinbestuurders te isoleren van de erkende organisaties. Dat maakt eengemaakte acties moeilijker en biedt ruimte voor een versplintering met vakbonden van specifieke beroepsgroepen. Luc Pauwels van OVS was voorzichtiger. Hij toonde begrip voor de frustraties van de treinbestuurders, maar stelde dat de lopende onderhandelingen voorrang moeten krijgen. Wel valt op dat hij de brug niet opblaast met de treinbestuurders die nu kiezen voor het ASTB.

    Unisono vinden de leidingen van de erkende en aangenomen vakbonden dat de onderhandelingen voorrang moeten krijgen en dat het te vroeg is om te staken. Maar wat er op de onderhandelingstafel ligt is onduidelijk. De erkende organisaties lijken zich toe te spitsen op de “apneu-kwestie”, terwijl de eisen van het ASTB over meer gaan dan dat alleen. Het oneerlijke premiesysteem, het tekort aan rustpauzes, de zware reeksen en het loonverlies dat geleden wordt bij preventieve schorsing zijn punten die opgenomen worden door deze vakbond. Triest is ook te lezen dat vakbonden blijkbaar het begrip vragen van de treinbestuurders omdat er nu eenmaal een personeelstekort heerst in hun categorie.

    Hstakinget ASTB verzet zich tegen de vragenlijsten van de externe preventiedienst en wil enkel een onderzoek indien de treinbestuurder dit wenst. Libre Parcours begrijpt dat ASTB zich hiertegen verzet op basis van de gevolgen voor de treinbestuurder. Maar  slaapapneu is een niet te onderschatten medische aandoening waartegen middelen bestaan. Voor zowel treinbestuurders als reizigers, zou het beter zijn om op te komen voor de uitbetaling van het volledige loon en de premies voor de tijd dat de bestuurder niet kan rijden. Bij vele treinbestuurders maakt de premie immers ongeveer 30% van hun netto verloning uit, niet te onderschatten dus wat de inlevering zou zijn als de treinbestuurder een maand niet mag rijden en zijn volledige premie verliest. Door de premies in de barema’s op te nemen, zou dit probleem overigens algemener aangepakt worden.

    Ook zou het nuttig zijn om een grootschalig onderzoek naar slaapstoornissen te eisen met een analyse van de oorzaken ervan. Dat zou overigens in samenspraak kunnen met andere sectoren waar doorgedreven flexibiliteit en wisselende shiften waarbij vaak op onmogelijke uren wordt gewerkt gelijkaardigecpap problemen opleveren. Op deze basis zou een aanpassing van het werkschema kunnen geëist worden. Het zou de werkomstandigheden, gezondheid van het personeel en dus ook de veiligheid van zowel personeel als reizigers ten goede komen.

    Onder het spoorpersoneel is er natuurlijk ook heel wat discussie over het feit dat het ASTB een eigen vakbondswerking heeft opgezet en nu ook voet aan grond krijgt langs Nederlandstalige kant waar in minstens één depot een groot aantal treinbestuurders is overgestapt. We begrijpen dat een aantal treinbestuurders deze stap zetten, ook al benadrukken we tegelijk de voordelen van een breder georiënteerde vakbond die het volledige personeel kan verenigen. Het is echter vooral omdat het volledige personeel niet in een eengemaakte strijd van personeel én reizigers wordt betrokken dat er ruimte ontstaat voor kleinere bonden van specifieke beroepsgroepen. We komen binnen verschillende vakbonden dan ook op voor eengemaakte strijd van onderuit.

    De organisatie van Trein-, Tram- en Busgebruikers was er natuurlijk snel bij om over het ‘gijzelen van de reizigers’ te spreken. Hun Franstalige tegenhanger Navetteurs had het over de negatieve gevolgen van verdeeldheid onder de vakbonden waardoor er mogelijk meer stakingen zijn, ook al hebben die minder effect.

    tekeningafbeeldingspoorVolgens Libre Parcours staan we het sterkste indien we samen tot actie overgaan op basis van een actieplan dat van onderuit wordt opgemaakt en gericht is op eengemaakte strijd van alle personeelsleden over de vakbondsgrenzen heen en met een oriëntatie op de reizigers. Die ondervinden immers ook de gevolgen van de opgedreven werkdruk onder het personeel in de vorm van minder stiptheid, afgeschafte treinen waarbij andere treinen overvol zitten en uiteraard heeft een toename van de werkonveiligheid van een treinbestuurder ook gevolgen voor de reizigers.

    Libre Parcours is een website gemaakt voor en door strijdbare syndicalisten en werknemers, wil u op de hoogte blijven? Schrijf u dan hier in op onze nieuwsbrief.